Historie

Voor het ontstaan van de PSV Carnavalsclub moeten we terug naar 1954. Tien jaar na de bevrijding van Eindhoven. Het is carnavalsdinsdag en de teams van PSV Handbal werken hun training af in een gymzaaltje in het P.O.C. (Philips Ontspannings Centrum) aan de Mathildelaan, zoals ze dat iedere dinsdag doen. Toch is het geen gewone trainingsavond, want na afloop staat de spelers iets leuks te wachten. Voor het eerst wordt er in de kantine een bescheiden carnavalsfeestje gevierd. En dat beviel, want diezelfde avond nog besluiten verschillende leden de PSV Carnavalsclub op te richten. Onder hen is Albert van den Broek en in het najaar van 1955 wordt de PSV CC opgericht. En bij deze is er dus meteen een groot misverstand uit de wereld geholpen, namelijk dat de PSV CC niet vanuit PSV Voetbal ontstaan is, maar vanuit PSV Handbal.

In zaal Rozenstein aan de Aalsterweg werd het eerste echte carnavalsfeest gevierd, met een Raad van XI, een prins en live-muziek. Het jaar daarop verhuisde de PSV CC naar Stad Rotterdam op Eindhovense Markt en maakte al snel een flinke groei door. Al snel sloten andere PSV verenigingen zich aan, zoals PSV Zwemmen en PSV Atletiek. En zo ontstond een toonaangevende Lampegatse carnavalsclub met sportieve rood-witte roots.

Prins Albert in de beginjaren van de PSV Carnavalsclub. Albert van den Broek was een belangrijke grondlegger en jarenlang het gezicht van de rood-witte carnavalsvierders.

Groter en groter…

In de jaren ’70 is carnaval bij PSV geen kleinschalig feestje meer. Stad Rotterdam, wordt (na een tussenperiode van twee jaar in De Bijenkorf op de Markt) verruild voor studentencentrum De Mensa. Dit bestond uit meerdere zalen met drie live-orkesten. Weer later verhuist de club naar de Europromenade van het Philips Stadion. Hier worden de grootste feesten in de historie van de PSV CC gevierd. De bijna 100 meter lange en vrij lege Europromenade wordt ieder jaar weer tot een enorm feestpaleis omgetoverd. Dit bestaat uit drie gedeeltes: Een disco voor de jeugd, een bruin cafe waar veel kapellen optreden en dan is er natuurlijk de grote zaal. Daar verzorgt huisorkesten als Out of Time en het Belgische Showtime jarenlang de live-muziek, met tussendoor optredens van de bekendste feestartiesten van Nederland. Denk hierbij o.a. aan De Sjonnies, De Gebroeders Ko, Jody Bernal en jawel Guus Meeuwis, die zijn première in het stadion dus eigenlijk bij de PSC Carnavalsclub heeft beleefd. En ook toen was het al Groots met een zachte G!

Guus Meeuwis tijdens zijn optreden bij de PSV Carnavalsclub in het Philips Stadion. In die jaren ontving de carnavalsclub grote namen uit de Nederlandse (feest)muziekwereld.

Afscheid van het stadion – nieuwe tijden

Ieder jaar is het weer een enorm karwei om van de Europromenade de feestlocatie van PSV CC te maken. Daarnaast gaan de financiële- en beveiligingsrisico’s steeds vaker ten koste van het plezier van de vrijwillige leden van de club. Bovendien trekt Europees voetbal zich niets aan van carnaval en qua timing en planning botst dat met elkaar, waardoor 4 dagen carnaval in het stadion steeds vaker in het gedrang komt. Daarnaast verschijnt er een grote gratis feesttent met artiesten op De Markt en dat blijkt een serieuze concurrent voor het verenigingscarnaval. Op een gegeven moment kan de PSV Carnavalsclub eigenlijk niet anders dan besluiten om carnaval in het Philips Stadion vaarwel te zeggen. Met spijt in het hart maar weloverwogen zoeken ze een kleinschaligere residentie in het centrum van ’t Lampegat.

Zo komen ze uit bij het Stadspaviljoen. Drie jaar lang is dit de feestlocatie van de PSV CC , maar helaas…de nieuwe uitbater van Het Stadspaviljoen neemt het besluit om met carnaval dicht te gaan.

Daarna vertrekt de club naar de binnenstad en strijkt achtereenvolgens neer in Grand Cafe Berlage aan de Kleine Berg en in Café de Groot gelegen aan het Wilhelminaplein. Wegens een verbouwing van Café de Groot, schuift de club één plekje op en vestigt zich in de huidige residentie: Restaurant The Prince, eveneens gelegen aan het Wilhelminaplein. 

The Prince aan het Wilhelminaplein: de huidige residentie van de PSV Carnavalsclub.

De Prinsen

Wanneer we teruggaan in de tijd komt er een hele lijst van prinsen voorbij. Het voert te ver om deze hele lijst hier nu te publiceren. Maar de lijst bestaat wel. Bij de PSV Carnavalsclub werd er nooit moeilijk gedaan over wie de prins zou worden. Wanneer dit onderwerp bij raadsvergaderingen aan de orde kwam, werd er meestal gezegd: ‘Doede gij ’t dit jaor mar wir’. Oprichter Albert van den Broek is het zelfs vijf jaar op rij geweest. Maar op een gegeven moment werd er toch gezegd dat iedereen van de Raad van XI maar een keer aan de beurt moest komen. En dat met de tekst: ‘Ut wordt tijd dè gij ’t ins gaot doen’. Niet iedereen zat daar op te wachten, want sommige raadsleden werden van die belangstelling toch een beetje zenuwachtig. Weer wat later ging het toch meer op basis van vrijwilligheid. Hoewel…er zijn ook een aantal jaren geweest dat Prins Perpetuum de scepter zwaaide. En wie was Prins Perpetuum?  Perpetuum betekent ‘De Eeuwige’ en iedereen kon dat zijn. Er werd iedere carnavalsdag of officiële avond met een ‘namenkiezer’ gewerkt. Alle namen van de leden van de  Raad van XI stonden daarop. Er werd een draai aangegeven en zo bepaalde het Rad van Fortuin (of Pech) wie de Prins die dag moest zijn. Het kon dus zomaar zijn dat er iemand wel twee dagen of langer de prins was, maar ook dat iemand helemaal niet aan de beurt kwam.

Toch bleek de ‘De Eeuwige’ niet het eeuwige leven te hebben en kwamen er uit de Raad van XI steeds meer vrijwilligers die wel prins wilden worden. Sommigen ook wel weer vaker dan 1 keer. Maar ook van buiten de Raad van XI waren er gegadigden. Johan Vlemmix zwaaide drie keer de scepter bijvoorbeeld, maar de meest markante Prins der PSV’ers blijft toch altijd Piet Paulusma die als Prins Oant Moarn de show stal.

Piet Paulusma (midden) als Prins Oant Moarn
Johan Vlemmix als Prins Aniversario, de 66-ste rood-witte hoogheid.